Werkwijze toepassen ATEX 114

Stap 1: Bepaal voor welke zone de apparatuur geschikt moet zijn.

Afnemers van EX-apparatuur hebben te maken met explosieve zones op de werkplek; bij gassen zone 0, 1 of 2 en bij vaste stoffen zone 20,21 of 22. In die zones moet apparatuur worden gebruik die explosieveilig is; d.w.z. apparatuur die niet tot een ontsteking van de explosieve atmosfeer kan leiden. Dus afhankelijk van de behoeftes kan een keuze gemaakt worden voor welke zones de te fabriceren apparatuur geschikt moet zijn. Echter bij het maken van de keuze, moeten de te hanteren procedures volgens Atex 114 niet buiten beschouwing worden gelaten. Dit kan namelijk aanzienlijke concequenties hebben voor de bedrijfsvoering.

Stap 2: Voer een normonderzoek uit.

Explosieveilige apparatuur moet voldoen aan bijlage II van de Atex 114 richtlijn, d.w.z. de apparatuur moet voldoen aan de essentiele veiligheids- en gezondheidseisen betreffende het ontwerp en bouw.  Art. 5 van de Atex 114 richtlijn geeft aan dat, indien apparatuur is ontworpen en gebouwd volgens zogenaamde geharmoniseerde normen, er vanuit mag worden gegaan dat de apparatuur voldoet aan de essentiele veiligheids- en gezondheidseisen uit bijlage II.

Op basis van het ontwerp en gebruik van de apparatuur moet dus vastgesteld worden welke geharmoniseerde normen van toepassing zijn. Indien geen geharmoniseerde Europese normen vastgesteld zijn, moet duidelijk worden welke nationale normen gehanteerd kunnen worden.

Stap 3: Voer een risicoanalyse uit.

Niet voor alle apparatuur of componenten bestaan (geharmoniseerde) normen. Het is dus zaak om voor de onderdelen die niet door normen worden afgedekt een risico-analyse uit te voeren. Op basis van het ontwerp en beoogd gebruik moeten mogelijke ontstekingsbronnen en te verwachten defecten in kaart worden gebracht. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse kunnen specifieke beheersmaatregelen worden genomen. Hierbij kan gedacht worden aan aanpassingen in het ontwerp, maar ook in aanwijzingen voor goed gebruik en onderhoud (installatievoorschriften of gebruiksaanwijzing).

Stap 4: Technisch dossier, gebruiksaanwijzingen etc.

Voor het apparaat dient een technisch dossier samengesteld te worden. In het dossier moeten o.a. ontwerp- en fabrikagetekeningen, berekeningen, risicoanalyses en keuringsrapportagen te zijn opgenomen. Daarnaast moeten gebruiksaanwijzingen en montagevoorschriften worden opgesteld die tot doel hebben de risico’s tijdens het gebruik te reduceren.

Stap 5: EG-typeonderzoek en conformiteitsbeoordeling.

Afhankelijk van categorie van de apparatuur moet een EG-typeonderzoek door een Notified Body worden uitgevoerd en moet door de fabrikant een procedure gehanteerd worden voor de beoordeling van overeenstemming.
Het EG-typeonderzoek moet uitgevoerd worden voor apparatuur van categorie 1 en 2 en bestaat, afhankelijk van de apparatuur uit, diverse tests en documentatiebeoordeling. De Notified Body geeft bij goedbevinden een certificaat van het EG-typeonderzoek af.
Fabrikanten van EX-veilige apparatuur moeten een procedure voor de beoordeling van overeenstemming hanteren. Met het volgen van de procedure wordt beoogd dat de afzonderlijke apparaten op de juiste manier zijn gefabriceerd; het is dus een procedure voor kwaliteitsborging.
Afhankelijk van de categorie van de apparatuur zijn diverse procedures die gehanteerd moeten worden, zoals:

  • productiekwaliteitsborging;
  • produktkwaliteitsboring;
  • produktkeuring;
  • overeenstemmingsprocedure;
  • interne fabrikagecontrole.

Stap 6: CE-markering

Indien alle stappen met goed gevolg doorlopen zijn kan de CE-markering op de apparatuur worden aangebracht. Met deze CE-markering geeft de fabrikant aan dat de apparatuur voldoet aan alle relevante normen en eisen. De CE-markering mag dus pas aangebracht worden als de apparatuur naast de Atex 114 tevens voldoet aan bijvoorbeeld de Machinerichtlijn!

Werkwijze toepassen ATEX 114

Stap 1: Bepaal voor welke zone de apparatuur geschikt moet zijn.

Afnemers van EX-apparatuur hebben te maken met explosieve zones op de werkplek; bij gassen zone 0, 1 of 2 en bij vaste stoffen zone 20,21 of 22. In die zones moet apparatuur worden gebruik die explosieveilig is; d.w.z. apparatuur die niet tot een ontsteking van de explosieve atmosfeer kan leiden. Dus afhankelijk van de behoeftes kan een keuze gemaakt worden voor welke zones de te fabriceren apparatuur geschikt moet zijn. Echter bij het maken van de keuze, moeten de te hanteren procedures volgens Atex 114 niet buiten beschouwing worden gelaten. Dit kan namelijk aanzienlijke concequenties hebben voor de bedrijfsvoering.

Stap 2: Voer een normonderzoek uit.

Explosieveilige apparatuur moet voldoen aan bijlage II van de Atex 114 richtlijn, d.w.z. de apparatuur moet voldoen aan de essentiele veiligheids- en gezondheidseisen betreffende het ontwerp en bouw.  Art. 5 van de Atex 114 richtlijn geeft aan dat, indien apparatuur is ontworpen en gebouwd volgens zogenaamde geharmoniseerde normen, er vanuit mag worden gegaan dat de apparatuur voldoet aan de essentiele veiligheids- en gezondheidseisen uit bijlage II.

Op basis van het ontwerp en gebruik van de apparatuur moet dus vastgesteld worden welke geharmoniseerde normen van toepassing zijn. Indien geen geharmoniseerde Europese normen vastgesteld zijn, moet duidelijk worden welke nationale normen gehanteerd kunnen worden.

Stap 3: Voer een risicoanalyse uit.

Niet voor alle apparatuur of componenten bestaan (geharmoniseerde) normen. Het is dus zaak om voor de onderdelen die niet door normen worden afgedekt een risico-analyse uit te voeren. Op basis van het ontwerp en beoogd gebruik moeten mogelijke ontstekingsbronnen en te verwachten defecten in kaart worden gebracht. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse kunnen specifieke beheersmaatregelen worden genomen. Hierbij kan gedacht worden aan aanpassingen in het ontwerp, maar ook in aanwijzingen voor goed gebruik en onderhoud (installatievoorschriften of gebruiksaanwijzing).

Stap 4: Technisch dossier, gebruiksaanwijzingen etc.

Voor het apparaat dient een technisch dossier samengesteld te worden. In het dossier moeten o.a. ontwerp- en fabrikagetekeningen, berekeningen, risicoanalyses en keuringsrapportagen te zijn opgenomen. Daarnaast moeten gebruiksaanwijzingen en montagevoorschriften worden opgesteld die tot doel hebben de risico’s tijdens het gebruik te reduceren.

Stap 5: EG-typeonderzoek en conformiteitsbeoordeling.

Afhankelijk van categorie van de apparatuur moet een EG-typeonderzoek door een Notified Body worden uitgevoerd en moet door de fabrikant een procedure gehanteerd worden voor de beoordeling van overeenstemming.
Het EG-typeonderzoek moet uitgevoerd worden voor apparatuur van categorie 1 en 2 en bestaat, afhankelijk van de apparatuur uit, diverse tests en documentatiebeoordeling. De Notified Body geeft bij goedbevinden een certificaat van het EG-typeonderzoek af.
Fabrikanten van EX-veilige apparatuur moeten een procedure voor de beoordeling van overeenstemming hanteren. Met het volgen van de procedure wordt beoogd dat de afzonderlijke apparaten op de juiste manier zijn gefabriceerd; het is dus een procedure voor kwaliteitsborging.
Afhankelijk van de categorie van de apparatuur zijn diverse procedures die gehanteerd moeten worden, zoals:

  • productiekwaliteitsborging;
  • produktkwaliteitsboring;
  • produktkeuring;
  • overeenstemmingsprocedure;
  • interne fabrikagecontrole.

Stap 6: CE-markering

Indien alle stappen met goed gevolg doorlopen zijn kan de CE-markering op de apparatuur worden aangebracht. Met deze CE-markering geeft de fabrikant aan dat de apparatuur voldoet aan alle relevante normen en eisen. De CE-markering mag dus pas aangebracht worden als de apparatuur naast de Atex 114 tevens voldoet aan bijvoorbeeld de Machinerichtlijn!